Antennetechniek voor WISPs, Hotspot en Node bouwers

Door PE2ER voor Wireless Nederland – Portal en forum

Verschillende bedrijven en ondernemers die zich van oudsher bezig houden met installatie van Ethernet netwerken en computer apparatuur, begeven zich meer en meer op het gebied van draadloze netwerk apparatuur. Zijn de gebruikte netwerk technieken en protocollen nog wel vertrouwd, de OSI layer ´0´, het medium waarover de bitjes getransporteerd worden is wezenlijk anders…

Inhoudsopgave

Antennetechniek voor WISPs, Hotspot en Node bouwers

* Inhoudsopgave

* Voor wie is dit artikel bedoeld?

* Over dBi, dBm

* Antennes

    * Polarisatie van antennes

    * Versterkingsfactor

* Een verbinding opzetten

    * Welke antenne?

    * Hoeveel antennes?

    * Antennes opstellen – Line of Sight

    * Apparatuur van tevoren configureren

    * Site survey

    * Antennes opstellen en richten

    * Hindernissen bij het opzetten van een verbinding

* Meten aan antenne installaties

    * Staande golf verhouding (VSWR) van een antenne bepalen

    * Staande golf verhouding (VSWR) van een antenne systeem bepalen

    * Veldsterkte meting

* Links

Voor wie is dit artikel bedoeld?

Wireless LANs, of Wifi netwerken, geven de gebruiker onvermoede vrijheid en gebruiksgemak. De PC of –vooral- de Notebook zijn niet langer gebonden aan een kabel om gebruik te maken van het locale netwerk en/ of het internet. Om deze vrijheid te verwezenlijken wordt gebruik gemaakt van het radio spectrum rond de 2,4GHz (IEEE 802.11b/g). De apparatuur valt op door de aanwezigheid van een miniem antennetje. Bij het centrale toegangspunt (het Access Point) is dit vaak een staafje ter grootte van een potlood. Bij de clients zit de antenne meestal verwerkt in de behuizing.

Wifi apparatuur is bedoeld om met een beperkt bereik communicatie mogelijk te maken. Vooral binnen de begrensde ruimte van een woonhuis of in een kantoor. Hiertoe is het uitgezonden vermogen van de apparatuur beperkt. Hierbij spelen zowel de zender in als de antenne van de apparatuur een rol. De zender en antenne vormen een geheel; Het uitgezonden effectieve vermogen wordt bepaald door de het in de zender opgewekte vermogen en de mate van bundeling van dit vermogen door de antenne. Hoe hoger het vermogen, hoe groter het bereik van de zender. Dat betekent dus méér beschikbare bandbreedte op grotere afstand van het centrale Access Point. Hierbij heeft de wetgever wel grenzen gesteld. Het effectief uitgestraalde vermogen mag niet meer zijn dan 20dBm EIRP. De in Nederland aangeboden apparatuur voldoet standaard aan deze norm.

Maar met de opkomst van de Wifi apparatuur, is er ook een ander toepassingsgebied ontstaan. Die van openbaar toegankelijke hotspots en straalverbindingen tussen gebouwen. En opeens wordt je geconfronteerd met een ander aspect van deze tak van sport; de antennetechniek.

Over dBi, dBm

Versterking en demping van signalen wordt uitgedrukt in de grootheid decibel (dB). De dB is een logaritmisch verhoudingsgetal zonder eenheid. Achter de aanduiding dB volgt vaak een letter die aangeeft wat de maatstaf is voor die verhouding. Zo staat dBm voor het vermogen ten opzichte van een referentie van 1 milliwatt [10*LOG10(X/1mW), waarbij X het vermogen in mW is]. De term dBi staat voor de versterking van een antenne ten opzichte van een Isotrope straler; een antenne die de energie in alle richtingen even sterk uitzend. Kabelverlies wordt uitgedrukt in dB en is dan negatief.

0 dB = 1x. Dus 0dBm = 1 mW en een antenne van 0dBi versterkt net zoveel als een Isotrope straler.

3 dB = 2x. Een kabel die –3dB dempt, laat dus maar de helft van het vermogen door. De andere helft is verloren.

6 dB = 4x. 6dBm = 4 mW en een antenne van 6dBi versterkt 4 keer zoveel als een Isotrope straler.

Het maximaal uitgestraalde vermogen van een systeem laat zich berekenen door het optellen van het zendvermogen in dBm, het kabelverlies in dB (negatief) en de antennewinst in dBi.

Voorbeeld:

Zendvermogen Access Point: 15dBm
Kabelverlies: -7dB
Antennewinst: 8dBi
Maximaal uitgestraald vermogen van dit systeem: 15dBm -7dB + 8dBi = 16dBm EIRP
De wettelijke grens bepaalt dat het uitgestraalde vermogen minder of gelijk moet zijn aan 20dBm EIRP!

Om een echt merkbare verandering is het bereik van een netwerk te krijgen, dient een systeem zo’n 6dBm meer uitgestraald vermogen te hebben. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door een antenne met 6dBi meer winst te gebruiken, of verliezen in de coax kabel te beperken. Het te verwachten bereik van het netwerk verdubbelt met elke 6dB meer vermogen. De wettelijke grens aan uitgestraald vermogen is 20dBm EIRP (100 milliwatt Effectief Uitgestraald vermogen). Komt U boven deze norm, dan kan Agentschap Telecom sancties opleggen.

Antennes

Wat zijn antennes eigenlijk? Antennes zetten de elektrische, kabelgebonden energie uit de zender om een elektromagnetische golven, die zich vrij door de ether kunnen voortbewegen. Bij de ontvanger zet eenzelfde antenne de EM golven weer om in een elektrische spanning die door de ontvanger gedetecteerd kan worden.

Antennes hebben ook eigenschappen. De belangrijkste zijn Polarisatie en versterking. Belangrijk is te weten, dat de eigenschappen van een antenne reciproque zijn. De eigenschappen die aan antenne heeft bij het zenden, heeft deze ook bij ontvangst. Elk wifi apparaat, Access Point, Client of Bridge zal afwisselend zenden én ontvangen.

Polarisatie van antennes

Met de polarisatie van een antenne wordt de richting van de elektrische component van het EM veld bedoeld. De polarisatie kan verticaal of horizontaal zijn (ten opzichte van de horizon) of circulair (RHCP - rechtsom of LHCP - linksom). De twee dominante vormen zijn verticaal (de meeste omni´s) en horizontaal (de slotted waveguide omni). Richtantennes kunnen meestal voor beide polarisaties gemonteerd worden. Door een verticaal gepolariseerde antenne simpelweg 90 °te draaien ten opzicht van de horizon, is de antenne opeens horizontaal gepolariseerd. Circulair gepolariseerde antennes hebben een horizontale en een verticale component. Deze antennes worden niet zo vaak toegepast. De Helix of Helical antenne is hier een mooi voorbeeld van.

Waarom is polarisatie belangrijk? Overdracht van energie tussen twee antennes is het meest optimaal als de twee antennes van gelijke polarisatie zijn. Dus twee verticaal, horizontaal, LHCP of RHCP gepolariseerde antennes. Welke polarisatie je daarbij kiest is niet van belang, hoewel circulair gepolariseerde antennes minder last hebben van signaalverlies door interferentie van gereflecteerde golven.

Omgekeerd, geeft het toepassen van een combinatie van bijvoorbeeld een verticaal en een horizontaal gepolariseerde antenne aanzienlijk verlies (tientallen dB´s) en wordt het heel moeilijk om een betrouwbare verbinding op te zetten. Hetzelfde geld voor een RHCP en een LHCP antenne combinatie. Fabrikanten geven deze waarde aan met de engelse term ´cross polarisation rejection´.

Een combinatie van een lineair en een circulair gepolariseerde antenne geeft een demping van ´slechts´ 3dB en dit kan in sommige gevallen best acceptabel zijn. Een dergelijk combinatie is relatief ongevoelig voor veranderingen in de polarisatie van een signaal door bijvoorbeeld reflecties en kan zo een stabiele(re) verbinding geven dan twee antennes met lineaire polarisatie. Dit maakt ze bij uitstekgeschikt voor omgevingen met veel obstakels (bebouwing)

Versterkingsfactor

Antennes zijn er in soorten en maten. Antennes versterken het signaal van een zender door het te bundelen in een bepaald patroon. Versterking wordt weergegeven ten opzichte van een Isotrope straler. Een antenne die een stralingspatroon heeft als een bol; hij straalt in alle richtingen even sterk.

Horizontaal (tevens verticaal) stralingsdiagram van een isotrope straler.

 

De isotrope straler is een antenne die alleen in theorie bestaat. De antenne staat bij het stralingsdiagram in het midden. Op de buitenrand van de grafiek is de versterking 0dBi. De zwarte lijn geeft de signaalsterkte aan in alle richtingen. In dit geval is dat dus (bijna) 0dBi in alle richtingen. Alle stralingspatronen in dit artikel zijn gemaakt met MMANA, een antenne simulatie programma.

Afhankelijk van de manier waarop de straling gebundeld wordt, onderscheiden we de volgende antenne typen:

Rondstralende Antennes (Omni's)

Bedienen een gebied 360° rond de antenne. Deze antennes bundelen het signaal alleen in verticale richting. Hoe hoger de versterking, hoe kleiner de verticale openingshoek. Toepassing vooral als antenne bij hotspots.

Richt Antennes

Bedienen een gebied in een nauwe kegel vóór de antenne. Hoe hoger de versterking, hoe smaller de kegel. Gebruik richtantennes voor point-to-point verbindingen en verbindingen van een client naar de centrale omni van een hotspot.

Sector Antennes

Bedienen een breed gebied van zo'n 120° voor de antenne. Met 3 sector antennes is een dekking te verkrijgen van 360°. Groot voordeel is, dat de antenne zich in verticale richting laat instellen.

Ik zal deze antenne typen hieronder in meer detail beschrijven.

Omnidirectionele antennes

Een omni (van het engelse omnidirectional antenna - rondstralende antenne) bundelt het signaal alleen in het verticale vlak, als een navigatielicht in de scheepvaart. Hierdoor vermindert het signaal boven en onder de omni, maar wordt het signaal naast de omni juist sterker, waardoor het van een grotere afstand waarneembaar is. Karakteristiek is, dat het signaal 360° rondom de antenne uitgestraald wordt. De standaard antenne van een Access Point is ook een omni. Deze heeft een versterking van circa 2,14dBi. Het stralingspatroon van een dergelijk antenne lijkt op een appel, met de antenne in het midden. De antenne straalt bijna alle richtingen even sterk, met uitzondering van recht boven en recht onder de antenne, waar deze een minimum signaalsterkte geeft.

Stralingspatroon van een dipool, de standaard antenne van de meeste apparatuur (2,14dBi Omni).
De –3dB openingshoek is ongeveer 80°; 40° boven en onder de horizon.

In het stralingsdiagram is links het horizontale stralingspatroon. Hierbij kijk je van boven op de antenne en zie je dat de antenne 360° in het rond straalt. Rechts is (de helft van het) het verticale stralingsdiagram te zien. Recht boven (en onder) de dipool is het signaal minimaal. Op gelijke hoogte als de dipool is het signaal het sterkst. De buitenrand van de grafiek is weer 0dB ten opzichte van Ga (2,14dBi). Dit is de maximum versterking van de dipool. De verticale –3dB openingshoek is ongeveer 80° (40° boven en onder de horizon)

Hoe groter de versterking van een omni, hoe breder en dieper het minimum boven en onder de antenne. Maar de signaalsterkte naast de antenne wordt steeds sterker. Het stralingspatroon krijgt steeds meer weg van een pannenkoek. Op een punt ín de pannenkoek is het AP goed te ontvangen, maar daarbuiten niet meer.

Stralingspatroon van een 4 elements collinear omni antenne (6dBi Omni).
De –3dB openingshoek is nu ongeveer 26°; 13° boven en onder de horizon.

Stralingspatroon van een 8 elements collinear omni antenne (9dBi Omni).
De –3dB openingshoek is nu ongeveer 12°; 13° boven en onder de horizon.

Een 9dBi Omni gemonteerd aan de gevel.

 

Richtantennes

Richtantennes doen hetzelfde als onmidirectionele antennes. Ze bundelen de radiogolven in de gewenste richting. Alleen stralen richtantennes niet rondom; de bundelen het signaal in een kegel aan de voorzijde van de antenne. Zo zijn eenvoudiger antennes te realiseren met veel versterking. Een richtantenne bundelt de radiogolven als een zaklantaarn het licht van het lampje. De grotere parabool antennes zijn dan het best te vergelijken met een zoeklicht. Ze geven een intense bundel met een vrij kleine openingshoek – de hoek van de top van de kegel, waarbinnen de signaalsterkte maximaal 3dB onder het maximum ligt. De openingshoek is horizontaal en verticaal ongeveer even groot.

Stralingspatroon van de bekende Biloop paneel-antenne. De antenne is gemonteerd voor horizontale polarisatie.

Biquad (paneel-)antenne.

De figuur hierboven geeft het stralingspatroon van de bekende Biquad Antenne weer. Ook veel commerciële antennes zijn opgebouwd volgens dit principe. Ze worden vaak verkocht als 8dBi paneel antenne. De versterking wordt hier berekend op 10,13dBi, maar in de praktijk is deze ongeveer 8dBi.

Sector antennes

De Sectorantenne is een speciaal soort richtantenne. Bij een sectorantenne is de bundeling in het verticale vlak sterker dan in het horizontale vlak. Het dekkingsgebied is dus vrij breed, bijvoorbeeld 120 graden, zodat met een drietal antenne een volledige 360 °ronde dekking te creëren is. De verticale openingshoek is hierbij duidelijk kleiner, zeg 15 graden. Voordeel is dat de versterking in het dekkingsgebied sterker is dan bij een normale richtantenne met een horizontale (en verticale) openingshoek van 125 graden….

Stralingspatroon van een Sector Antenne.

 

Een verbinding opzetten

Welke antenne?

In het woud van antennes is het moeilijk een goede keuze te maken. Vooral omdat antennes een behoorlijk deel van het budget kunnen absorberen. Belangrijk is dat een antenne het juiste stralingspatroon heeft om het dekkingsgebied te bestrijken. Of, in het geval ven een point-to-point verbinding, voldoende versterking om de verbinding tot stand te kunnen brengen.

Voor een doorsnee openbaar hotspot is de 8dBi omni antenne een goede keus. In situaties waarbij een groter dekkingsgebied of een groter aantal clients voor ogen staat, kunnen 3 stuks 14dBi/ 120° sector antennes in combinatie met 3 AP´s gebruikt worden. Deze laatste oplossing is het meest flexibel en geeft de mogelijkheid de 3 sector antennes elk zo optimaal mogelijk op het dekkingsgebied te richten.

Voor point-to-point verbindingen worden meestal twee richtantennes gebruikt.

Voor point-to-multipoint verbindingen wordt op de centrale locatie een AP met omni ingezet. Op de overige locaties een op de omni gerichte richtantenne.

Om de benodigde versterking van een antenne te berekenen zijn verschillende WLAN Link Budget Calculatoren op het internet beschikbaar. Uitgaande van een gemiddelde situatie met Senao 54MB apparatuur en 3dB kabelverlies, zijn de volgende combinaties een goede eerste keus. Specifieke omstandigheden kunnen echter afwijkende resultaten geven:

Voor Point-to-Multipoint verbindingen:

Antenne 1

Antenne 2

Maximum bereik

8dBi omni

Standaard antenne

75m

8dBi omni

8dBi

195m

8dBi omni

15dBi

430m

8dBi omni

19dBi

690m

8dBi omni

24dBi

1200m

Of voor point-to-point verbindingen met steeds twee gelijke antennes

Antenne 1

Antenne 2

Maximum bereik

8dBi

8dBi

195m

15dBi

15dBi

970m

19dBi

19dBi

2400m

24dBi

24dBi

6000m

Let wel: Dit zijn conservatieve inschattingen van het bereik, met 6dB marge voor eventualiteiten.

Hoeveel antennes?

Een Access Point heeft meestal 2 antennes. Meestal wordt slechts één van de twee gebruikt om op te zenden en ontvangen. De tweede antenne wordt vaak alleen gebruikt om op te ontvangen, als de ontvangst op de eerste antenne wegvalt. Dit noemt men Diversity ontvangst. Soms kan een AP op beide antennes zenden en ontvangen maar dit is eerder uitzondering dan regel. Het omschakelen tussen de twee antennes gebeurt NIET zo snel, dat het mogelijk is om met twee antennes (bijvoorbeeld een omni en een richtantenne) tegelijk te werken. Indien deze antennes toch nodig zijn om de gewenste verbindingen te maken, dan is het beter om elke antenne van eigen apparatuur te voorzien.

Antennes opstellen – Line of Sight

Radio golven gedragen zich in veel opzichten net als lichtgolven. Bij plaatsing van antennes is het dan ook het best om de antennes zó te monteren, dat beide antennes van een bevinding elkaar zouden kunnen zien als ze oogjes hadden. In het Engels heet dit ´Line Of Sight´, ofwel LOS. Een term die je veelvuldig zult tegenkomen. Zo krijg je het beste en meest betrouwbare resultaat.

Is het dan helemaal niet mogelijk om een verbinding te maken zonder LOS? Jawel, maar de verbinding wordt daarmee een stuk moeilijker voorspelbaar. Obstakels op het radiopad geven extra demping van het radio signaal. Deze extra demping kan irrelevant zijn (bij een verbinding over 2 meter door een gipsmuurtje heen…) of aanzienlijk (een kantoorgebouw bij een verbinding over 100 meter). Door voldoende te compenseren (meer zendvermogen, gebruik van coax kabel met minder verlies) en gebruik van antenne met meer versterking is deze extra demping vaak teniet te doen en toch een stabiele verbinding te realiseren.

Apparatuur van tevoren configureren

Is de apparatuur goed geconfigureerd? Probeer om een verbinding op te zetten met de radio apparatuur op korte afstand van elkaar, met de standaard antennes. Configureer de apparatuur zo, dat de gewenste verbinding tot stand is gekomen. Dit sluit later een onjuiste configuratie uit als oorzaak van het eventueel niet tot stand komen van een verbinding.

Gaat het niet om een geheel nieuwe verbinding, maar om het toevoegen van een client aan een bestaand Access Point, controleer dan eerst op korte afstand van het AP of de client verbinding kan maken met het netwerk.

Site survey

Doe vervolgens op de beoogde locatie een site survey. Controleer met een laptop en een Wifi kaartje of er op de beoogde antenne opstel plaats veel netwerken van derden actief zijn. Probeer een kanaal te vinden dat vrij is van ander netwerkverkeer. Gebruik hierbij bij voorkeur de antenne die ook in de definitieve opstelling gebruikt gaat worden.

Doe deze inventarisatie op beide locaties.

Een Site Survey met het programma Network Stumbler.

Antennes opstellen en richten

Zet vervolgens de verbinding op met de beoogde apparatuur op een kanaal dat op beide locaties vrij is van sterke netwerk signalen. De antennes op beide locaties worden hierbij zo goed mogelijk uitgericht en zo gunstig mogelijk geplaatst. Een eerste richting is te bepalen op het oog, of met gebruik van een compas en GPS plaatsbepaling van beide sites, of een goede kaart.

Gebruik wederom de laptop als de gebruikte apparatuur geen indicatie heeft voor de signaalsterkte (bijvoorbeeld bij gebruik van AP of bridge mode). Bedenk dat het verplaatsen van de antenne over een afstand van een meter of zo een wereld van verschil kan maken.

Als de verbinding tot stand gekomen is, bescherm dan de kwetsbare coax connectoren die blootgesteld zijn aan de elementen tegen indringing van vocht met vulcaniserend rubber tape.

Hindernissen bij het opzetten van een verbinding

Wat te doen indien het bij het opzetten van een verbinding niet lukken wil. Het vinden van de oplossing is een questie van determineren en elimineren.

Allereerst is het zaak te bepalen wát er fout zit. Is het de radio verbinding die faalt (layer 0), of zit het in de hogere netwerk lagen.

Bij een client-AP verbinding is in de utility software van de client vaak te zien of de client associated is met het juiste AP en wat de signaalsterkte is. Bij andere configuraties kan dit niet zo zijn, en moet met een indirecte methode bepaald worden of de netwerken met elkaar verbonden zijn. Dit kan door bijvoorbeeld te controleren of een netwerk station een IP address toegewezen krijgt door de DHCP server en door te pingen van de ene zijde van de verbinding naar de ander.

Netwerk protocol gerelateerde problemen zijn goed op te lossen met de standaard technieken die U al meester bent. Maar wat nu te doen indien de radio verbinding niet tot stand wil komen?

Meten aan antenne installaties

Een onmisbaar eerstelijns instrument is de staande golf of SWR meter. Een SWR meter geeft een indruk van in hoeverre de impedantie van een antenne afwijkt van de ontwerp impedantie. In Wifi systemen is dat 50 Ohm. Een SWR meter gebruikt de radio van het Access Point, bridge of de client als hoogfrequent bron om de antenne te meten. Deze SWR meter moet geschikt zijn voor de werkfrequentie van 2,4GHz en de specifieke (gepulseerde) Wifi signalen.

Helaas voldoen er niet écht veel SWR meters aan deze eis (ik ken er geen), en heb er daarom een aantal zelf gemaakt. De meest recente uitvoering staat hieronder afgebeeld en is hier te koop.

Voltage Standing Wave Ratio meter (VSWR), of Staande golf meter van eigen fabrikaat

Een andere mogelijkheid is de aanschaf van een antenne analyser voor 2,4GHz, zoals bijvoorbeeld de Procom SWR 3000. Deze heeft een ingebouwde signaal generator en heeft dus geen Wifi apparatuur nodig om een antenne te testen. Voordeel is dat deze antenneg testset ook buiten de Wifi band functioneert.

Procom SWR 3000 Antenna analyser

Nóg mooier is een Netwerk analyser als de Handheld Spectrum Analyzer R&S FSH3 met richtkoppeling. Maar je moet heel wat antennes monteren om de aanschaf daarvan te rechtvaardigen ;-)

R&S FSH3

Wat kun je met een VSWR meter? Als voorbeeld behandel ik de mogelijkheden van mijn eigen product.

Staande golf verhouding (VSWR) van een antenne bepalen

Dit is de belangrijkste functie van een staande golf meter. De staande golf verhouding geeft aan in welke mate de antenne afwijkt van de ontwerp impedantie. Bij Wifi antenne systemen is dat 50 Ohm. Voor het beste rendement van een antenne systeem (de antenne inclusief coaxiaal kabel en pluggen), dienen de onderdelen onderling op elkaar afgestemd te zijn. Is dit voor elkaar dan is de staande golf verhouding (VSWR) gelijk aan 1:1. indien er een defect in één van de onderdelen zit, zal de VSWR een waarde aannemen tussen de 1:1 en 1:oneindig. Bij een VSWR van 1:3 kan de impedantie van het antenne systeem 16,7 of 150 Ohm zijn. beide waarden geven dezelfde aanduiding op de SWR meter, en hebben hetzelfde resultaat op het maximum te behalen bereik.

Dus; Een SWR tussen 1:1 en 1:3 is acceptabel. Dit is een algemeen erkende grens. Gaat er iets stuk in uw AP als de VSWR boven de 1:3 komt? Nee. Maar het is een goede indicatie dat er iet fout zit in het antenne systeem.

Het meten van de antenne op zich gaat als volgt:

Voor commerciële antennes ligt de VSWR waarde volgens specificatie meestal onder de 1:1,5 (De meter geeft een waarde tussen de 1 en 1,5).Waarden tot 1:2 zijn redelijk. Waarden boven 1:3, of waarde die duidelijk afwijken van de specificatie van de gemeten antenne duiden op problemen.

Staande golf meting van een sector antenne. SWR = 1:1

 

Staande golf verhouding (VSWR) van een antenne systeem bepalen

Als de staande golf verhouding van de antenne op zich binnen de gestelde grenzen valt, kan de VSWR van het gehele systeem bepaald worden. Sluit hiertoe de VSWR meter aan tussen het AP en de lange antenne kabel die naar de antenne voert.

Als het goed is, geeft de VSWR meter hier een iets gunstiger waarde aan ten gevolge van de demping van de coax kabel. Is de staande golf verhouding drastisch slechter, onderzoek dan de coax kabel en vooral de connectoren op schade en onjuiste montage.

Veldsterkte meting

De VSWR meter kan gebruikt worden om een relatieve veldsterkte meting te doen. Met een simpele veldsterkte sensor op de meetbus geeft de meter een uitslag als de sensor in de buurt van een stralende antenne gehouden wordt. Zo kan eenvoudig bepaald worden óf een antenne straalt, of bijvoorbeeld welke van de twee antennes van een AP gebruikt wordt om te zenden..

Wifi veldsterkte sensor.

 

Links

http://pe2er,nl/wifiomni/ Zelfbouw 8dBi Wifi Omni

http://pe2er.nl/omniusb/ Zelfbouw 8dBi Wifi Omni met USB client

http://pe2er.nl/biloop/ Zelfbouw 8dBi Wifi Biloop richt antenne

http://pe2er.nl/biquad/ Zelfbouw 8dBi Wifi Biquad richt antenne

http://pe2er.nl/wifisector/ Zelfbouw 12dBi Wifi Sector antenne

http://pe2er.nl/wifiswr/ Zelfbouw Wifi SWR meter

http://www.agentschaptelecom.nl/ Agentschap Telecom - Nederlands Authoriteit.

http://www.qsl.net/pa0hoo/helix_wifi/linkbudgetcalc/wlan_budgetcalcnl.html WLAN Link planner

http://mmhamsoft.amateur-radio.ca  MM Hamsoft pagina (freeware!)

http://www.wirelessnederland.nl Wireless Nederland – Oneindige bron van kennis op het gebied van Wifi

http://www.procom-dk.com/component/d0901-swr-meter Procom SWR-3000 SWR Analyser

Versie: Maart 2006